Nederland heeft op meerdere plaatsen wel wat heuvels liggen. Limburg kent iedereen en daar kun je prima klimmen en dalen op de fiets. Maar wil je wat dichter bij huis, dan ga je als Fries rennertje naar de Veluwe. En bij voorkeur naar de Posbank.

Als nuchtere Friezen parkeren we bij het wegrestaurant Mendel (Hoenderloo), om vóór de training een laatste plasje te doen en uiteindelijk ná de trainingsdag gezamenlijk af te sluiten. Tot onze grote schrik had een toverkol haar intrede genomen in het wegrestaurant, die de renners de toverspreuk “plassen is 50 cent!” toesnauwde. Direct onder de invloed van de spreuk betaalden de renners (die het overkwam) braaf het genoemde bedrag.

Nog enigszins verbouwereerd door de plotselinge verschijning, stapten we op de fiets voor de aanloop van ruim 17km naar de startplaats van de training. De route richting de Posbank is niet vlak, continu gaat het in lichte of zwaardere mate omhoog en omlaag in de route langs de A50. De benen draaien in het begin nog met enige moeite, maar wennen al snel aan het gehobbel.

Na enige tijd een afslag naar links en de Posbank ligt letterlijk aan de voeten. Een betoverend landschap begint zich te ontvouwen voor de ogen van de renners. Het zo nu en dan tevoorschijn komende zonnetje gaf een extra vleugje betovering. Het is even werken om één van de hoogste punten te bereiken voor de eerste trainingsklim: de Zijpenberg, via de Snippendaalseweg.

Al na de eerste klim en afdaling staan twee renners stil aan de kant van de weg. Ze zijn helemaal in vervoering door het tafereel dat zich vlak naast de weg in het bos voordoet. Een zwijnenfamilie is daar op zoek naar eten en betoveren hiermee de twee renners dusdanig dat ze geen kant meer op gaan. De betovering wordt woest verbroken door de trainer (ik dus) die ze aanjaagt om toch weer te gaan zitten en te fietsen; we zijn hier om te trainen! Straks op de Izoard kun je ook niet zomaar stil gaan staan voor al het moois dat je om je heen ziet, dan moet je ook in één keer door naar de top.

Waar de ene renner de nodige (tover)kracht al eerder had ontvangen en het ene na het andere PR in de boeken (of eigenlijk op Strava) neer zet, heeft een andere renner zo nu en dan wat magische woorden nodig om weer op te stappen en toch door te klimmen. En soms werken zelfs magische woorden niet meer, omdat de renner gewoon een slechte dag heeft. Dat kan ook gebeuren.

Na een training van enkele uren, met een korte koffiepauze in het paviljoen er tussen in, komen we terug bij de toverkol van Mendel. We willen immers gezamenlijk nog even afsluiten met een drankje en – voor hen die het willen – een hapje. Als er twee tafels op het terras aan elkaar zijn geschoven voor onze groep van negen, komt een collega van de kol ons vertellen dat dit niet mag en dat we ze direct terug moeten plaatsen. Ze is niet te vermurwen en ons geloof in een beetje gastvrijheid bij Mendel is volledig verdwenen. We goochelen zelf de tafels weer op de plaats en vertrekken naar huis, daarbij een stuk inkomsten voor Mendel wegtoverend.

Ondanks alles hebben we toch een mooie trainingsdag gehad op de Posbank, die een magische aantrekkingskracht op ons, rennertjes, blijft houden. Benieuwd naar foto’s? Die vind je door HIER te klikken.