Afgelopen zaterdagochtend waren de voorspellingen voor het weer niet zo fantastisch en ik had maar één aanmelder vanuit mijn team om mee te gaan fietsen. Dus fietsen in Dokkum afblazen en het droge weer thuis afwachten. Last-minute besloot om contact op te nemen met de wegkapitein van Grinta. Je weet wel, dat snelle ploegje waar ik een paar weken geleden ook al een keer mee op pad ben geweest.

De verzamelplek voor dit groepje is Profile in het centrum van Drachten. De koffie staat er bruin voor de rennerkes. Na binnenkomst van de laatste man vertrokken we. Het tempo gelijk aardig in de hoogte. *Slik*, maar gelukkig reed ‘de laatste man’ met een luide sisser lek en hadden we even pauze.

Waar ik met mijn eigen ploegje al een leuk tempo heb ontwikkeld, fietsen de Grinta’s in met 29+ km/uur. En daarbij maakt het niet uit of de wind van voren, van zij of van achteren komt. Eerlijk is eerlijk; dat is voor mij nog wel wennen. Als diesel moet ik altijd even warmdraaien, vooral het motortje in mijn romp, de benen doen het wel.

Al snel leidde de route ons op het fietspad langs de Tjonger. Een smal fietspad waar je achter elkaar moet fietsen om wat ruimte te hebben. De wind was recht op kop en ik had het laatste wiel. Drukken op de pedalen en de koprijder bracht de snelheid omhoog; 32, 34, 36, 38, 40 km/uur!!!. Mijn benen verzuurden, eerst licht en daarna heftiger. Ik moest hard werken om het wiel van mijn voorganger te houden en had daarbij ook nog last van het harmonicaeffect; als laatste moest ik na het minste of geringste bochtje het hardst aanzetten om weer in het wiel te komen en te blijven. Het moment dat we het fietspad verlieten en een stukje wind mee hadden was dan ook een oprechte opluchting.

Maar die was van korte duur, al snel hadden we weer wind tegen (van links, van rechts en recht voor). Vlak na Wolvega kon ik het wiel niet meer houden toen de snelheid weer omhoog ging naar ruim boven de 30km/uur en moest ik er af. Mijn benen waren compleet verzuurd en ik had spijt dat ik kopwerk had gedaan en de vrijdagavond nog een duurrit had gedaan.

Gelukkig draaiden we terug naar het oosten en hoopte ik op meer wind mee. Helaas; de wind zat net niet helemaal lekker en we hadden op de terugweg naar Drachten nog relatief veel zijwind en zelfs stukken tegenwind. Bij het voorlaatste stuk tegenwind ging de teller opnieuw ruim boven de 30km/uur en toen lukte het niet meer; ik kon het wiel van mijn voorganger niet meer houden. Mijn benen vulden zich in no-time weer met melkzuur en blokkeerden, de snelheid ging terug naar 24 km/uur. Gelukkig was ik dit keer niet de enige.

Het laatste stukje en-groupe naar Drachten met de wind in de rug. Voor ons fietste een groepje van FTC Smallingerland. “Dat is aas”, zei ik tegen mijn buurvrouw en – ja hoor – daar ging de snelheid weer omhoog. De ploegmaatjes reden bij me weg. Ik drukte met alles wat nog in mijn benen zat op de pedalen en bracht de snelheid tot boven de 40 km/uur. Het lukte om aan te pikken bij andere achtergebleven ploeggenoten en met zijn drieen fietsen we het groepje voorbij en sluiten weer bij aan bij de rest. Pas bij het kombordje van De Wilgen gaat de snelheid terug naar een fatsoenlijke 30-32 km/uur.

Na bijna 97km ben ik weer thuis, de gemiddelde snelheid over deze kilometers (slechts) 30,3 km/uur. Het is lang geleden dat mijn benen zo zuur zijn geweest en ik ben blij met de heerlijke douche. Van schrik heb ik gister gewandeld in plaats van gefietst; de benen moesten nog steeds ontzuren.

Hier het Relive-filmpje van de rit: