In de agenda op de site stond iets in de strekking van; “Zaterdag kun je je aanmelden voor een wielrentochtje. We gaan niet te ver, want het belooft koud te worden”. Maar dan met iets andere woorden; een beetje aantrekkelijker. Het bericht gaat vergezeld van een kaartje en een weergave van het actuele weerbericht.

Aanmelden is dodelijk eenvoudig. Je drukt gewoon op een knop en je bent aangemeld. Easy-de-peasy. Maar ik kon me er vrijdag niet toe zetten. Moe zat ik op de bank en bekijk het uitgebreide weerbericht van de ochtend erna. Frisser dan fris. De temperatuur iets onder nul, maar de gevoelstemperatuur daar weer een slag onder. Nee ik ga me niet aanmelden.

Zaterdagochtend ben ik op tijd wakker en weer kijk ik in de agenda. De aanmelders van de dag ervoor hebben zich afgemeld en het weer is niet alleen in de voorspelling, maar ook in de actualiteit is het koud. Ik gooi de telefoon aan de kant en kruip weer onder de wol. “Misschien vanmiddag even”, denk ik terwijl ik weer in slaap val.

En ’s middags is het weer inderdaad een stuk beter. De zon schijnt, het waait niet hard en de temperatuur zit boven nul. Oké, niet miepen! Gaan met die banaan, anders krijg je (weer) spijt. En zo komt het dat ik zaterdagmiddag toch nog even op de racefiets zit. Ik wordt heen en weer geslingerd door de zuidelijke Friese wouden dat er in zo’n winterzonnetje toch wel weer mooi uitziet.

Al snel merk ik; voor tempo maken is het vandaag niet de goede dag. Het fietsen gaat niet gemakkelijk. Mijn lichaam heeft vooral houden en keren om vooral mijn bovenbenen warm te houden. Het hart pompt hard om de spieren te blijven voorzien van zuurstof en warm bloed. Daarom blijft er nog weinig energie over voor het andere werk. Oke, als dat zo is, dan is het zo.

Op een niet te gek tempo fiets ik door. Dan weer links en dan weer rechtsaf-slaand. Als ik ruim een uur onderweg ben vind ik het genoeg geweest. Het is tijd om de wind in de rug te krijgen en naar huis te fietsen. Mijn bovenbenen zijn bijna niet meer warm te krijgen en het verschijnen van bewolking (en verdwijnen van het natuurlijke kacheltje = zon) helpt daar niet aan mee. De vermoeidheid sluipt er in, ook al fiets ik niet volle bak.

Als ik thuis kom toch weer bijna 60 km gefietst met een gemiddelde van zo’n 26 km/uur. Ik ben tevreden. Een jaar of 10 geleden kon ik dit niet eens in goed weer!