Zondagochtend en ik lig onderuit op de bank met de kat lekker warm tegen me aan. De tv staat aan, maar ik krijg er niet zo veel van mee; ik ben half ingedommeld. Het is zondag; rustdag. Rustdag tegen wil en dank als ik heel eerlijk ben, want veel liever was ik op de racefiets gestapt voor een rondje peddelen. Maar ik kan me er niet toe zetten, omdat de wind met een kracht 5 de regen hard tegen de ramen aan jaagt.  

Tegen lunchtijd is het droog geworden en nog iets harder gaan waaien (of net andersom). Steeds meer opklaringen. Het maakt me onrustig en dus besluit ik toch nog even naar buiten te gaan. Ik trek de wandelschoenen aan, pak een rugzakje in met water, portemonnee, telefoon en een jasje voor de zekerheid, stap in de auto en rijd naar de parkeerplaats bij de jachthaven van Hindeloopen.  

Hindeloopen is als vanouds afgeladen met toeristen. Dagjesmensen die het stadje bezoeken, bij het Paviljoen over de dijk gaan wandelen of surfen in het IJsselmeer. Ik besluit de rust op te zoeken en de andere kant op te lopen: over de dijk naar Workum en dan dezelfde weg terug. De wind jaagt om mijn oren en al snel krijg ik daar genoeg van. Ik besluit vanaf Workum wat meer in de luwte terug te lopen naar mijn startpunt. 

Onderweg zie ik fietsers en dan bekruipt me een schuldgevoel. Waarom zit ik niet op de fiets? Natuurlijk zie ik vooral e-bikers fietsen, maar als zij het kunnen, dan kan ik het toch ook gewoon? Behalve de windkracht 6 – die inmiddels langs de IJsselmeerkust buldert – is het uiteindelijk nog best goed fietsweer geworden. De rest van de week wordt het waarschijnlijk (door nattigheid) ook niet veel meer. En ondanks dat ik mezelf er niet toe kon zetten om op de fiets te stappen, voelt het als een gemiste kans. Een rotgevoel. 

Als ik na de wandeling rond half 5 thuiskom druk ik de tv aan en schakel naar NPO1. Profrenners die tijdens de Tour de France de bergen in Frankrijk bedwingen komen voorbij. Beelden van Joop Zoetemelk op de Galibier, Hennie Kuiper op de Alpe d’Huez, Tom Simpson op de Mont Ventoux. Mijn gedachten dwalen af naar de momenten dat ik deze bergen zelf fietste en ik verbaas me over de ‘plaat’ die de mannen in de klim draaien (of eigenlijk stoempen). De beelden sussen mijn schuldgevoel; er komen wel weer meer mooie fietsdagen. Het komt goed met mijn kilometers, dit jaar is nog lang niet voorbij!