uit en thuis

van de hoge

Ongeveer anderhalve week geleden was het warm, erg warm en ik besloot op zondag toch maar even zwemwater op te zoeken. Gaast was het doel, maar zwemwater was het daar niet. Volgens mij kun je daar het IJsselmeer een kilometer inlopen, zonder dat je oksels nat worden. Ja, tenzij je 1,30 meter groot bent ofzo.

Nee, als je als volwassen persoon een beetje wilt zwemmen zoek je al snel het zwembad op. En ook als je wel 1,30 meter groot bent trouwens. Vroeger, toen ik zo een 1,30 meter groot was, zwom ik altijd graag in het zwembad. Eerst in het Paradyske bij Kollum en later in het Rasterhof in Sneek.

Ik was een echte waterrat, ik kon goed zwemmen. Ik dook en sprong van alle kanten het water in en kon op een gegeven ogenblik het zwembad – in de breedte – helemaal onder water bezwemmen.

Toen werd de uitdaging om het in de lengte onder water door te zwemmen (25 meter). En ook dat lukte; al weet ik nog wel dat ik tegen het eind echt ademnood had. Wat voelde ik me stoer toen ik het gehaald had!

Er is één ding dat ik echt niet leuk vond en ook bijna niet heb gedaan; springen van de hoge duikplank. Die hoogte en je dan in de diepte moeten gooien; dat ging totaal tegen mijn goede gevoel in. Ik heb het wel gedaan hoor! Ben zelfs in de Ardeche van een hoge rots gesprongen, maar doe dat nu echt niet meer. Die ‘hoge’, die kan me gestolen worden!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.