Het kantoor waar ik op dit moment werk zit in een bedrijfsverzamelgebouw. “Ja en?!”, hoor ik je denken. Dat houdt in dat iedereen dezelfde sleutel heeft en dat iedereen dus bij elkaar het kantoor in zou kunnen lopen.

Dat heeft voordelen, namelijk dat iedere deur in feite open is tijdens werktijden. In het geval van ‘mijn’ bedrijf zit er zelfs een ander detacheringsbureau achter dezelfde deur, de enige scheiding is een glazen wand.

Door die openheid heeft iedere kantoorunit wel zijn eigen alarm wat ’s ochtends uitgeschakeld moet worden. Gelukkig is me dat gelijk op de eerste dag uitgelegd, zodat ik het kantoor in kon.

De eerste keer dat ik de code intoetste, zou het alarm inschakelen… neeeeeeeeee! Dus snel op ESC gedrukt. De tweede keer zelfde verhaal, dus dacht ik dat ik de derde keer maar gewoon door moest lopen. En toen zat de boel WEL op slot en moest ik het alarm WEL uitschakelen.

Na het alarm afgelopen dagen voor Jan-met-de-korte-achternaam nog een paar keer “uitgeschakeld” te hebben, liet ik het er vandaag bij. Mijn intuïtie vertelde me anders, maar mijn hoofd zei doorlopen. Zo gedacht, zo gedaan.

Boven gekomen kwam ik tot de ontdekking dat de boel nog op slot zat…Ja hoor!
Typisch gevalletje Murphy’s law zou ik zeggen