Een besturingssysteem (Windows, Mac, Linux) upgraden kost over het algemeen best een hoop tijd. In sommige gevallen is het te wijten aan het besturingssysteem waar een zeer uitgebreide installatie aan vast hangt (vb Windows), in sommige gevallen ligt dat aan de snelheid van de pc waarop het besturingssysteem geïnstalleerd moet worden.

Mijn ouders hebben mijn oude pc, waarop ik – mede omdat de pc onder dat systeem het snelst werkt – Linux (Ubuntu 9.10) op geïnstalleerd heb. Gister draaide ik op die pc de update naar Ubuntu 10.04, dat kostte ongeveer 2,5 uren. Ik ben wel wat gewend met die pc, dus dat verbaasde me eigenlijk niks. Bovendien was het de moeite waard, omdat versie 10.04 al weer een paar mooie extra features heeft ten opzichte van de oudere versies (bijvoorbeeld Wine in het softwarecentrum).

Na thuiskomst uit werk was mijn eigen pc aan de beurt om de upgrade te doorlopen. Ik zette de boel aan, moest 3 keer iets bevestigen (ook gemakkelijker dan met Windows) en een kleine één uur en drie kwartier later was het helemaal klaar. Even de computer rebooten (“herstarten” voor de niet-nerds) en gaan met 10.04. Wat ben ik blij met mijn stille speedy-gonzales computer!