Mijn benen draaien soepel op het ritme van de muziek. De instructeur roept zijn aanwijzingen naar de groep, maar ze gaan volledig bij me langs, ik hoor ze niet meer en doe met de weerstand helemaal mijn eigen ding. Het ritme van de muziek heeft me gevangen en op dat ritme fiets ik door.

Mijn ademhaling is rustig, de mond is gesloten; ik adem door mijn neus en dat kost me geen moeite. Wel zweet ik als een rund, wat een rare gewaarwording is, omdat ik geen zware inspanning lever. Toch maar even controleren of mijn hartslag in orde is. Jep, 135 slagen per minuut, voor mij komt dat neer op een lage inspanning. Ik ben in orde, de spinningruimte is waarschijnlijk benauwd. Daarvan heb ik geen last, vandaag niet.

Naast mij zitten mijn (fiets)vriendinnen en de trainer van de clinic. Die laatste kijkt even naar mij, naar het ritme van mijn benen, en ik voel zijn blik. Geruststellend zeg ik tegen hem dat ik ‘lekker rustig aan doe’ dit keer, precies zoals ik beloofd had.

Links zie ik mijn vriendinnen hetzelfde doen. Binnenkort hebben we een zware inspanning en we zijn daar erg bewust mee bezig. Het is nu tijd voor de nodige rust; tijd voor de zogenaamde supercompensatie. En ook dat doen we als team.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *