Het is toch niet zo moeilijk, een rondje van een kleine 70 kilometer fietsen? Helemaal niet wanneer je de vorige twee weken al ongeveer 55 en 65 kilometer hebt gedaan.

Maar zaterdag was niets minder waar. De temperatuur lag al onder nul en door de snijdende noordoostenwind was de gevoelstemperatuur -7, ofzo. Om half 8 die ochtend werd ik gewekt door de wekker. In mijn hoofd spookte de vraag; wel of niet naar buiten. Ik besloot: wel naar buiten.

De eerste 45 kilometer gingen prima; tegenwind door de Walden en een lang stuk wind in de rug. Vlak voor Lippenhuizen nam ik het besluit de route in te korten en te proberen zo veel mogelijk in de luwte van de Beetsterzwaagse bossen terug te fietsen.

Ik zou zelf wel voorop fietsen, maar werd bevangen door de kou en stond ineens geparkeerd; mijn benen waren verstijfd en wilden niet meer. Gelukkig konden anderen het nog wel aan en even later lukte het mij ook weer om voorop te fietsen. De benen waren weer voldoende warm gedraaid om kracht mee te zetten.

Bij thuiskomst was ik helemaal koud, de romp en de benen. Net op tijd terug en een warme douche deed wonderen. Fietsen met die windchill is niet tof. Dat doe ik niet weer!