Het is al weer een paar dagen geleden inmiddels, maar ik kan me de hele klim naar de top van de Mont Ventoux van afgelopen zaterdag nog prima herinneren. Hij heeft diepe indruk gemaakt.

De Mont Ventoux is een killer; ik was blij dat ik goed getraind was. De start in Bedoin verliep als andere jaren. Iedereen wenste elkaar succes, tellertjes werden scherp gesteld en we gingen weg. Ieder voor zich, ieder op zijn eigen tempo.

Als een van de laatsten ging ik over de startstreep. De Garmin zette ik scherp en ik zette af. Voor op het middenblad en achter ook ergens in het midden. De eerste 6 kilometer van de klim is dat te doen; de stijgingspecercentages gaan tot ongeveer 6%. Ondanks dat ik bang ben voor de vermoeide benen die ik de dag ervoor voelde is die vermoeidheid nu niet voelbaar. Goedzo. “Eigen tempo en niet te gek doen”, schiet door mijn hoofd; “het wordt nog zwaar genoeg straks.”

Dan de scherpe bocht naar links die het begin van het bos aankondigt. Een kort moment voel ik een lichte angst; nu wordt het echt zwaar, nu komen de percentages niet meer onder de 8%… over 8 kilometer lengte. Gelijk schakel ik voor naar mijn triple en probeer ik een ritme te vinden. Hé, dit gaat! De hartslag vliegt omhoog naar boven de 170 bpm, maar mijn ademhaling heb ik prima onder controle. Ook de benen kunnen het aan. Pas laat schakel ik naar het allerlichtste verzet dat ik op de fiets heb zitten.

Ondertussen voorzien Petra en Quincy mij van de nodige nieuwe bidons. Ik eet en drink onderweg zo veel mogelijk, zodat ik geen energie verlies door hongerklop en geen kramp krijg in mijn spieren door ophopende (melk)zuren. Robert rijdt enkele keren voorbij en van hem krijg ik de nodige informatie over de renners achter mij. Ik vind het belangrijk om te weten dat het met hen ook goed gaat.

Het bos is nog niet voorbij en mijn bovenbenen beginnen licht te branden. Stukjes weg met een percentage van 8% geven de mogelijkheid om de benen iets te laten herstellen. Ze lijken vriendelijk tussen het geweld van de hellingen met percentages tot 14%. Dan komt het einde van het bos in zicht en zie ik een ploeggenoot voor me opdoemen. “Blijf rustig, laat je niet gek maken!” en dan is ineens het einde van het bos en Chalet Reynard in zicht.

Ik fiets de kale vlakte in die aangeeft dat ik in de laatste 6 kilometer naar de top van de Ventoux zit. Wat loopt het gemakkelijk! Het percentage is ‘slechts’ 5%; een makje in vergelijking met de 8 kilometer door het bos. Ik passeer ineens ook de ploeggenoot die ik eerder lang voor me zag fietsen. “Dit is wel echt een k*tberg” zeg ik tegen hem en op dat moment meen ik het. Even later fiets ik naast een Belg, hou even in om naast hem te kunnen blijven en te kunnen praten. Kort, want ik moet door in mijn eigen tempo, anders heb ik te veel last van mijn benen. Mijn bovenbenen geven namelijk steeds vaker het brandende gevoel.

Na ieder bochtje komt langzaam maar zeker de top dichterbij. Het bordje vertelt me dat ik nog 2 kilometer moet doen en het percentage op de komende kilometer gemiddeld 8% is. Op mijn ‘drietje’ peddel ik verder; hartslag en ademhaling constant en onder controle. De wind is niet sterk, maar zorgt ervoor dat mijn bezwete bovenlijf afkoelt; ik heb het zowaar een beetje koud!

Nog 1 kilometer, gemiddeld 8,5%! Door, door, door, door. De bovenbenen zijn niet blij meer, ze zijn nu non-stop gevoelig. De souplesse is nu helemaal weg, dit is hard werken. Nog 0,5 kilometer zegt het paaltje en gemiddeld 11% klimmen. Wat heftig is dit. Sommige wielrenners stappen af en lopen naar boven. Ik fiets door, nu zie ik voor me de laatste bocht voor de finish.

Rechts om gaat die bocht. Ik schakel twee tandjes zwaarder en ga staan op de pedalen; 50 meter, 25 meter, 10 meter… de laatste meter! “Jaaaaaaaaaaaa”, schreeuw ik als ik over de finish kom, mijn handen hoog in de lucht. Dit voelt echt als een opluchting; dik 2 uur onderweg geweest maar ik heb het gehaald, allemachtig.

Ik ben moe, sta te trillen op mijn benen. Dit is toch wel een behoorlijk zware inspanning geweest; niemand mag even aan me komen, ik moet bijkomen. Door mijn natte kleding koel ik snel af, dus autosleutels pakken en jasje aan. Samen met de al gearriveerde ploegmaten ontvang ik vervolgens de binnenkomende ploeggenoten met gejuich, foto’s en felicitaties. Hoewel ik me zorgen maak over iedere renner blijft dit prachtig. Je ziet de vermoeidheid bij het arriveren, maar ziet ook dat deze snel plaats maakt voor opluchting en vooral blijdschap. Iedereen haalt de top en iedereen herstelt snel. Wat een kick geeft dit; wat een goed gevoel.

Foto’s worden gemaakt, de brief van Hiemstra Fietsen voorgelezen (dank voor het cadeau!), de verhalen beginnen. Dan het cadeautje voor de inspanningen; een prachtige afdaling van de top terug naar het appartementengebouw. Bijna 40 kilometer lang afdalen over een prachtige weg naar Sault. Thuisgekomen ben ik moe, maar voldaan. Wat een prachtige dag. Laat de bonte avond maar komen nu!

 

1 reactie

  1. Wauw! Prachtige omschrijving van wat er zich allemaal afspeelt tijdens ‘onze’ beklimming!

Reacties zijn gesloten.