Het is bijna 8 uur als ik vanavond in de auto zit op weg naar huis. Een lekker muziekje speelt en ik zing mee. Ik wou dat ik kon dansen nu, ik voel me goed en zit vol energie.

Mijn werkdag op kantoor was heerlijk maar chaotisch. De chaos veroorzaakt door één vraag die vandaag vaak over de afdeling ging; welke kleur ben jij? De disc-test werd gedaan, de resultaten besproken, eigenschappen van de collega’s tegen het licht gehouden en er werd lol gemaakt. Voor jullie informatie, HIER MIJN RESULTATEN.

De disc-test was een voorbode voor de workshop die we vanavond hadden; over communiceren met klanten. Een trainingsactrice (Kristel Vercraeye) erbij om ons hierbij te ondersteunen, de rol van de klant spelend die wij van te voren zelf hadden uitgezocht. Last minute heb ik een keuze gemaakt en besloot ik te kiezen voor de klant waarmee ik zelf het minst had, waarvoor ik waarschijnlijk de grootste allergie zou hebben in het echte leven; dit bood voor mij de meeste uitdaging.

Hoewel ik enigszins zenuwen had, wilde ik wel het spits afbijten, maar een collega was sneller. Prima. Wij als toehorend publiek beoordeelden de ‘slachtoffers’. Kristel Vercraeye speelde de enthousiaste, de dominante, de onzekere/angstige, de ik-weet-zeker-dat-het-anders-is en de kwade klant en speelde dan binnen die gradaties knap in op de persoon die ze tegenover zich had. Een knap stukje acteerwerk (ze verstaat d’r vak!), waardoor mijn collega’s het vuur aan de schenen werd gelegd.

Ik was als voorlaatste aan de beurt. Hoorde ik nu wel of niet kloppen? Volgens één van mijn collega’s wel, dus de deur maar open doen. Zelfverzekerd schudde ik mijn klant de hand. “Welkom, kom binnen” en “Gaat u zitten”. Dit was het gemakkelijke onderdeel van mijn gesprek. Mijn klant was een persoon die maar vragen bleef stellen over milieuonderzoeken, omdat ze de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken niet vertrouwde in relatie tot het opgestelde bestemmingsplan. Werden er echt wel voldoende bomen geplant? Moest er geen oplossing op het dak worden bedacht? Rustig en zelfverzekerd (poging tot) gaf ik antwoord; “Ik begrijp dat u vragen heeft, maar voor dit bestemmingsplan is het onderzoek echt voldoende”, “Wanneer u het wilt kunnen we nader onderzoek doen, maar voor dit bestemmingsplan is het niet nodig” en “Ja, een extra onderzoek kost extra geld, dat hoort niet bij dit bestemmingsplan”. Situaties waarmee ik in het echte leven ook te maken krijg.

Het gesprek en de tijd vlogen voorbij en het stopteken klonk. Tijd voor de feedback. Hoe ik het zelf vond…. Oef. Het is lastig om zelfverzekerd vol te houden dat de onderzoeken voldoende zijn voor het bestemmingsplan, wanneer je van de inhoud te weinig verstand hebt (stikstof?!). Welke van de collega’s ik om feedback wilde vragen. Bewust koos ik voor de andere ‘groene’ collega, die mij haar feedback gaf. Van de leidende dames ontving ik vervolgens ook nog feedback; vooral positief en opbouwend. De feedbackformulieren van de collega’s kreeg ik mee voor thuis.

Terwijl ik naar huis rijd overdenk ik de avond, de manier waarop mijn gesprek ging, de feedback die ik kreeg en ik voel me goed. Dit soort workshops vind ik oprecht leuk, boeiend en leerzaam en dit keer is het spel goed voor mijn zelfvertrouwen geweest.

Na thuiskomst kijk ik in de spiegel, een vermoeid ogend hoofd met stralende energieke ogen kijkt terug. Even vraag ik me af; ben ik ècht 5 cm langer geworden?!