Over de magerzucht van de profrenners is op tv, internet en in de verschillende bladen en kranten al veel gezegd en geschreven. Ook bij de bijzonder goede prestatie van Tom Dumoulin in de Vuelta (=Ronde van Spanje) van dit jaar kwam het aan de orde.

Eén van de redenen dat Dumoulin goed was in de Vuelta is dat hij een betere klimmer is geworden. Voorheen was hij een pure tijdritspecialist en kwam hij in de bergen te kort. Waarschijnlijk is Dumoulin meer specifiek gaan trainen, maar een andere factor die meespeelt is toch echt zijn gewichtsafname.

Waarom gewichtsafname meespeelt kan aangetoond worden met een eenvoudige rekensom. Dat moet ik denk ik even uitleggen. Het heeft naast kilogrammen alles te maken met vermogen. En vermogen wordt in de natuurkunde uitgedrukt in de eenheid Watt.

2014:

Tom Dumoulin weegt 75 kg (hypothetisch). In een klim van 8,5 minuten trapt hij een constant vermogen van 450 Watt (hypothetisch). Hij trapt dus tijdens die klim gemiddeld (450/75=) 6 W/kg. Dat is al behoorlijk veel, maar dan kom je met de echte klimmers nog niet mee.

2015

Een jaar later weegt Tom Dumoulin 69,5 kg. Tijdens één van de eerste bergetappes van de Vuelta trapt hij gedurende 8,5 minuten een vermogen van 460 Watt. Hij trapt dus nu 6,6 W/kg in deze klim! Dat is een stijging van 10%, terwijl in verhouding zijn vermogen veel minder is toegenomen (2%) en zijn gewicht minder is gedaald (7%). En ineens rijdt hij mee met de topklimmers van het profpeloton in de Vuelta.

Dat doen vermogen en gewicht dus… en daarom zijn echte klimmers vaak van die iele mannen (en vrouwen). Er hangt een “maar” aan; bij te veel gewichtsafname verlies je weer spierkracht en daarmee vermogen. Dan heeft afvallen een averechts effect.

De vermogens van Tom Dumoulin tijdens de bergetappes in de Vuelta van 2015

Even een vergelijking:

Afgelopen zaterdag heb ik een Wattbiketraining gedaan. Tijdens een sprinttest (6 sec) was het 672 W, wat neerkomt op 10,8 W/kg. Kort daarna kwam de tweede sprint waarin ik een vermogen trapte van 678 W; 10,9 W/kg. Daarmee zit ik in de laagste categorieën bij de dames.

Een tweede test was de inhoudstest van 3 minuten. Daarin zat ik op een vermogen van 208 W, oftewel 3,3 W/kg. Tot slot een 8 km lange tijdrit op de Wattbike (circa 13 min), waarin ik gemiddeld een vermogen van 215 Watt trapte, met mijn gewicht komt dat neer op 3,46 W/kg. Misschien wel leuk om ook te melden dat ik tijdens die tijdrit een gemiddelde cadans had van 110 rpm; da’s heel hoog!

Na de tijdrit was ik dan ook helemaal gesloopt. Watt een inspanning. 😉