De dimensies in het menselijk bestaan. Wij zijn ons er bewust van 4; 0D, 1D, 2D en 3D. Niet te verwarren met de hartslagzones D1, D2 en D3, want hoewel het er erg op lijkt zijn dit hele andere zones. Wij wielrenners hebben veel te maken van de drie genoemde dimensies. In dit geval trouwens de meetkundige dimensies. Je hebt onder meer ook nog dimensies in wiskunde, informatica en natuurkunde, maar daar ga ik jullie niet verder meer vermoeien.

De dimensies van de wielrenners zijn als volgt:
Als renners een tijdrit willen rijden, dan beginnen we bij de start. Of beter het startpunt. En in de meetkunde is een punt (dus ook een startpunt) nuldimensionaal, of beter 0D.

Dan wordt er afgeteld, je vertrekt en kijkt voor je; je weet welke rijlijn je moet volgen om zo goed en snel mogelijk weg te komen. En een lijn is ééndimensionaal, oftewel 1D.

Dan moet je verder voor je uit gaan kijken. De rijlijn wordt de weg. De weg die onder je wielen weg schiet. Een met asfalt, grasbulten en andere rotzooi gevuld vlak. En een vlak, dat is tweedimensionaal; 2D.

Als je als renner tijdens de tijdrit alleen maar naar beneden kijkt, zie je niet wat er voor je gebeurt. En dat is zo nu en dan echt nodig, om over de weg manoeuvrerende busjes en trekkers te kunnen ontwijken. Het schouwspel is 3D; driedimensionaal.

En dan na de finish, dan wordt de renner geconfronteerd met een dimensie die hij niet kan waarnemen. De vierde dimensie, ook wel bekend als de ruimtetijd-dimensie of 4D. De vierde dimensie uit zich voor de renner door in een kortere tijd eenzelfde afstand af te leggen. De ruimte vervormt als het ware dusdanig, dat je sneller over eenzelfde afstand doet. De renner beweegt zich in een kortere tijd over dezelfde afstand, ze reizen als het ware door de tijd.

Snap jij het nog? Ik snap het namelijk zelf niet helemaal, die vierde dimensie. Wat ik wel snap is dat de renners stuk voor stuk zichzelf afgelopen zaterdag hebben verbeterd op de individuele tijdrit. Sommigen snoepten nog een halve minuut af van hun al snelle tijd op de eerste tijdrit. Andere renners verbeterden zich met een minuut of zelfs bijna 2 minuten! Ik ben supertrots op de renners en blij met hun trainingsarbeid. En natuurlijk is het heel fijn om bewezen te zien dat mijn trainingsschema gewerkt heeft!