Donderdag 16 juni; de eerste dag fietsen met als doel wennen aan het klimmen en dalen.

Na de eerste klim, ga ik als het eerste schaap ‘over de dam’ en de rest van de groep voor in de afdaling. De weg is een beetje nat, dus ik daal niet volle bak af, maar het voelt vertrouwd genoeg om lekker gas te geven. Heel kort kijk ik om; Ida zit in mijn wiel. Die kan goed klimmen en minstens zo goed dalen. Ze gaat me voorbij en ik roep haar na: “Zo dadelijk moeten we er af!” en ik denk dat ze het gehoord heeft.

Ida en de afslag
Ida en de (gemiste) afslag

Dan de afslag en ik rem af, maar Ida stopt niet. Ze schiet vol door in de afdaling. Nee. Niet dat! Shit. Shiiiit! “Ida, Idaaaa!!!”, roep ik haar na. Het is onbegonnen werk, die hoort me niet meer door het kabaal van de rijwind in haar oren en de afstand tussen ons.

Ik ben gestopt en ook de groep stopt, vlak na de afslag die ik denk gemist te hebben. Ik geef aan dat we de afslag hebben gemist en een stukje terug moeten. Als de begeleiding er met de auto ook is, geef ik aan dat Ida doorgeschoten is en vraag ik hen af te dalen en haar dat te melden. In volle vaart gaat de begeleiding de afdaling in.

Ik kijk nog eens goed naar het kaartje op mijn Garmin en zie dat we toch goed zijn. Dan maar weer verder afdalen. Komen we ook weer dichter bij Ida. De begeleiding komen we weer tegen en die geeft aan dat ze weer begonnen was aan de klim, maar we zijn haar niet tegen gekomen. Jeetje jongens, waar is ze?!

We zijn gestopt bij een afslag en ik ben al druk aan het bellen als ik ineens achter me “Daar is ze!” hoor. Goddank, een gevoel van opluchting gaat door me heen. Het verloren schaap is terug. Pfieuw, weer een crisisje afgewend.

Als Ida boven komt doet ze haar bijzondere verhaal:

“Dag 1 Frankrijk; infietsen… Bij de afdaling reed ik voor op en had ik volgens de begeleiding de afslag gemist. Oké dan maar de eerste afslag terug. Ik blijf wel heeeeel alleen. Hmmm zie in de verte een wandelaar en verzin snel een vraag in half Frans half Engels of hij een groep fietsers heeft gezien. Hij kijkt naar mij en zegt: ‘dy ha ik net sjoen hear’. Haha een oprjochte Fries, hij zag mijn reclame van het Fryske wâld…”
(bron: FB-pagina Ida)