Het beklimmen van een alpencol. Laten we eerlijk zijn, dat is geen kattenpies. En al helemaal niet als je dergelijke cols voor het eerst van je leven al zittend op een fietszadel voor de kiezen krijgt. “Training” staat in het boekje. “Training” noemt de trainer dat. Wat mag die Col d’Izoard (spr. uit: Col Die’s zwaar) dan wel niet betekenen?

Training 1: Pré de Madame Carle

Om warm te draaien (“Training” dus) fietsen we met onze Izoardrenners vanuit het hotel de eerste dag het dal uit naar het einde. Het moest er mooi zijn volgens de verhalen en dat mag je dan natuurlijk ook graag even zelf zien.

Na een stukje vals plat (2-3%) begon het echte werk. De percentages gingen omhoog en kwamen al snel boven de 7%. Ieder op eigen tempo verder klimmen nu. Door het bos nog prima te doen. De bomen maakten plaats voor meer kaal landschap en de brandende zon (verder niets over te klagen!) in combinatie met percentages die nu echt ook niet meer onder de 10% kwamen zorgden voor een snelle opwarming van de lichamen. Maar niet ophouden, gewoon doorgaan, er komt echt wel een einde aan deze klim.

En dat kwam. De laatste kilometers vals plat voelden bijna als afdaling en al snel stonden we alle vier bij het bordje met de naam Pré de Madame Carle en de hoogte 1874 m erop. Bijna 800 hoogtemeters gemaakt, tijd voor de terugtocht. De terugtocht waarin ook nog eens een klim zat van enkele kilometers en nog meer hoogtemeters. Het totaal van dag 1 op ruim 40 km en bijna 1100 hoogtemeters. Voor een “training” toch al een hele prestatie!

Training 2: Col de Vars

Na voor sommigen een korte en voor anderen een lange nacht (het is maar hoe je het uitlegt!) was het gister tijd voor de tweede training. Een training nog wat steviger dan de eerste dag. Nee wacht, héél wat steviger dan de eerste dag. Met alle deelnemers van deze challenge reden we in de auto’s naar Guillestre. Organisatorisch wel een uitdaging, maar alle renners, fietsen en begeleiding hebben het gered. De Vars-Bonette groep ging voor een trainingsrit naar de top van de Izoard, wij voor een trainingsrit naar de Col de Vars.

De Col de Vars (spr. uit: Col de Vaar). Bekend terrein voor mij, maar ook weer niet, omdat het zes jaar geleden was dat ik hier voor het laatst was. Maar goed. Gewoon maar beginnen en we zien wel waar het schip strandt. Ja, natuurlijk op de top, maar het is even afwachten wanneer het schip daar strandt, want de beklimming van de Vars is met zijn 19 km en gemiddeld percentage van een kleine 6% echt geen makje. Volgens Strava zelfs een HC (buitencategorie) klim.

Gewoon maar beginnen. De temperatuur gelukkig enkele graden koeler dan de eerste klimdag, wat de start van de rit al een stuk aangenamer maakt. Zo nu en dan een ‘koeltsje’ of een ‘douche’ en je komt een heel eind. Ik fiets altijd met de laatste mee omhoog, zodat ik zeker weet dat iedereen boven komt (op wat voor manier dan ook). Onze begeleiding pendelt tussen de eerste renners en ons, maakt foto’s en filmpjes, moedigt ons aan, geeft bemoedigende woorden waar nodig en de nodige drankjes en hapjes. Fantastisch dat ze er bij zijn en verschrikkelijk nuttig.

De klim duurt en duurt en duurt en duurt. Zoals gezegd, 19 km is gewoon een lange klim. Punt. Uit. Maar ook van deze klim komt de top in zicht. De bordjes aan de kant van de weg verraden hoe lang we nog moeten, hoe hoog we zitten en welk gemiddeld klimpercentage we voor de wielen krijgen. Na het derde dorpje Vars (lekker origineel Fransen!) de laatste kilometers, met zo nu en dan nog een prik voor de benen en we zijn bij de top! Ook deze grote jongen hebben we in de pocket.

Dan mogen we afdalen. Volle bak of enigszins behouden, maar altijd gecontroleerd. Wel is nu duidelijk waarom ze de col en de drie dorpjes op de weg ernaartoe Vars hebben genoemd. Ze bedoelen gewoon “vaart”, maar gebruiken een stomme T. Kan niet anders, dat moet het zijn. Na een lange klim en een snelle afdaling zijn we weer beneden; ruim 40km en 1200 hm gemaakt.

“Training” noemen ze dat. Tijd voor een rustdag! En de verkenning van de Izoard…. dé uitdaging voor morgen.