Gister vond ik het geen probleem om op de fiets te zitten. Het weer was mooi droog en – door de vochtige lucht – hing er veel zuurstof in de lucht. De benen voelden goed en de conditie leek niet slecht. Leek, juist, goed gezien.

Al kwebbelend fietsten we via verharde wegen en schelpenpaden naar de bossen van Beetsterzwaag. “Wat is dit toch lekker”, dacht ik nog. Na enkele kilometers kwamen we bij het eerste circuitje van de dag aan. Een kort circuit waar je en snel kon fietsen en techniek nodig had. Door de snelle mannen werd ik ingehaald. Ik heb daar geen problemen mee, die mannen zijn altijd sneller dan ik.

Na een tiental minuten weer een eindje ‘uitfietsen’ en toen naar het tweede circuitje. Eenzelfde soort circuitje als het eerste, dus technisch en snel. Ik ging volle bak, want hierna konden we uitfietsen.

Bij het tweede rondje begonnen mijn longen pijn te doen. Voor de zekerheid controleerde ik mijn hartslag: 185. Wat?! Jemig, dat is eigenlijk veel te hoog! Maar mijn benen waren nog niet moe, dus ik kon doorfietsen op die hartslag.

De longen gingen steeds meer pijn doen. Mijn benen hadden verder kunnen versnellen, maar mijn hart en longen stonden het niet meer toe. Ik was zelfs blij dat de tijd voor het circuitje voorbij was en het uifietsen kon beginnen. Wat bizar; dit ken ik niet van mezelf.

Het bleek allemaal een voorbode van een griep die door mijn lijf heeft gewoed in de afgelopen 36 uur. Helaas ben ik, net als vele anderen, ook geveld. Gelukkig knap ik nu weer goed op!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *