Het is 8 uur en ik sta in mijn ‘huispak’ buiten. De wind is hard en snijdt dwars door mijn kleding heen. Snel naar binnen, als ik niet buiten hoef te zijn, dan liever niet! Het besluit is snel genomen; we trainen binnen. De derde binnentraining op rij; jammer, maar het is niet anders.

Afgelopen dinsdag heb ik nog wel buiten gefietst. Niet te lang, iets minder dan 50 km en iets korter dan 2 uren. Ook toen was het koud. De echte temperatuur om-en-nabij het vriespunt, maar de gevoelstemperatuur er ruim onder. Volgens de gegevens van mijn Garmin -6 gr. Celsius. En ik kan je vertellen, dat voel je!

De eerste kilometer gingen best lekker. De wind blies in mijn rug en ik had er niet echt veel last van terwijl ik door de Noardlike Fryske Wâlden fietste. Maar na Burgum veranderde dat. Ik kreeg de wind schuin tegen en door de afwezigheid van bladeren aan de bomen en struiken koelde ik snel af. Te snel, ik kreeg last van mijn spieren. Maar ik was nog niet thuis en had geen geld mee voor een busrit. Dus doorzetten.

Even staan op de pedalen om mijn benen wat te laten herstellen, maar dat was geen goed idee. De koude wind zorgde ervoor dat ik mijn billen weer op het zadel zetten; een blaasontsteking moet ik niet hebben!

“Waarom doe ik dit ook al weer?” “Waarom ben ik daarstraks niet direct richting huis gedraaid?” De antwoorden eenvoudig; ik wil kilometers maken zodat ik goed mee kan komen in de ploeg en in juni op een goede manier de Mont Ventoux op kan komen.

Ik heb mezelf wel even vervloekt; dat ik in die kou toch op de fiets was gaan zitten. Maar toch lekker gefietst en nog best rap ook; 49 kilometers gedraaid, met een gemiddelde van 25,8 km/uur. Voor zo vroeg in het seizoen en dat weer niet slecht, helemaal niet slecht! Ik kom er wel; op die top van de Ventoux.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *