“Groepen 1 tot en met 10 mogen door!” roept de commentaarstem. Even moet het tot me doordringen… groep 10, dat zijn wij! We pakken onze fietsen en wandelen naar het volgende startvak. Geen hectiek gewoon lopen. De volgende commentaarstem vraagt of we door willen naar het startvak. Een slap “ja” klinkt. Nog een keer “Willen jullie starten?”. Nu harder “Jaaaaaah!!!!!”. We mogen door; de fietselfstedentocht is begonnen!

Het is nevelig bij vertrek en nog een beetje schemerig. Het is dan ook vroeg, rond kwart over 6 in de ochtend. We gaan los, eerst de benen warmdraaien, want het is koud; waterkoud. Het tempo is lekker, niet te laag, niet te hoog, gewoon lekker warmdraaien. Stempel in Harlingen halen, even wat eten en een sanitaire stop.

Dan snel door naar Franeker. Hé, een nieuwe route in de stad! Ach, prima, als we maar een stempel krijgen. Altijd verbaast het me weer hoe vroeg mensen uit de veren komen om naar de fietsers te komen kijken. Klasse.

Dan door naar Holwerd. Dit is het langste deel van de route, maar met de zeer zachte westelijke wind geen moeilijk stuk. In Holwerd is een stempelpost om afsnijden vanaf Franeker naar Dokkum te voorkomen. In Holwerd nemen we het ervan, we hebben 70 km gefietst en vinden het tijd voor koffie. Die gaat er goed in!

Dan door naar Dokkum, zoals altijd een gezellige sfeer bij de stempelpost. Na Dokkum komen we al snel in een leuke groep terecht. Of beter, vooraan in de groep, de groep vormt zich vooral achter ons.

Ik praat dan weer eens met die en dan weer met die en voordat we het in de gaten hebben zijn we in Leeuwarden. Weer tijd om wat te eten en te drinken. We verbruiken toch wel veel energie en moeten dat goed aanvullen.

Na Leeuwarden de wind op de kop. Samen met een man uit Brabant ga ik op kop fietsen en knallen we met een snelheid van meer dan 30 km/uur naar Dronrijp. De brug open! Oke, even een rustmomentje. Verderop richting Bolsward zegt mijn moeder; “Nu krijgen we nog een raar bochtje, het is net of ga je naar Bolsward, maar dan draai je er weer bij vandaan”. Maar we zijn daar al lang voorbij, we zijn al bij Burgwerd.

De soep! Het moment om ontiegelijk zoute en hete groentesoep naar binnen te gieten bij Bolsward. Wat gaat dat er altijd goed in. Nu kunnen we verder.

Sneek dient zich aan en het is begonnen met regenen. Hè, wat jammer. De omstandigheden zijn echter nog niet zwaar, de we peddelen op een mooi tempo door. Bij de stempelpost van Sneek geen bekenden, dan staan ze vast in IJlst, de daarop volgende stempelpost.

IJlst, de familie staat aan de kant van de weg. Althans, mijn vader, want we zijn te vroeg! Een half uur eerder dan hij had ingeschat. Tja wat wil je met dit kalme weer en de goede benen die we alle drie hebben. IJlst is ook de tijd voor onze lunchpauze. En wat voor lunch! Soep, brood, meloen, karnemelk en melk. En een schone wc… een heerlijke frisse schone wc die niet naar weet ik wat allemaal stinkt. Wat een genot.

Dan weer op de fiets. Het regent, maar niet zo erg, dus de regenjasjes hoeven nog niet aan. Op naar Sloten. De brug, zouden we lang moeten wandelen en dus moeten wachten? Maar nee! We kunnen in één keer doorfietsen bij de brug. Ter compensatie wandelen we door de hele stad heen. Gelukkig is Sloten het kleinste stadje van de 11 en het is er gezellig. Wandelen is best prima. Bij de stempelpost een verrassing; teamgenoten K en G staan aan de kant! 🙂

Na de stempel door een prachtig stukje natuur (Gaasterland) naar Oudemirdum. Mooi sfeertje daar, weer of geen weer, in Oudemirdum staat altijd veel volk.

Het Oudemirdumer Klif…. ik ken dit klimmetje, weet hoe lang die is en voel dat ik goede benen heb. Dus vlak voor de haakse bocht naar links zet ik ‘m voor op het grote blad en achter een tandje zwaarder. En dan ga ik los; volle bak, staand op de pedalen de klim op. Naar later blijkt met een gemiddelde snelheid van dik 31 km/uur! Hahaaaa, kicke dat 🙂

We verzamelen weer en peddelen verder naar Stavoren via het Mirnser en Reaklif. Twee kleine klimmetjes. Hoewel ik wel weer zou willen knallen laat ik het. we hebben nog een eind te gaan en ik wil me goed blijven voelen. Vlak voor Stavoren kom ik mijn collega E. tegen. Of beter; hij mij en we babbelen even over hoe het gaat.

Vlak na de stempel van Stavoren zijn we alle drie koud van de regen en doen onze regenjasjes aan. Wat heerlijk! Lekker warm zo en we kunnen verder. Langs de IJsselmeerdijk naar Hindeloopen, de dijk die ons nog een stukje luwte geeft tegen de wind… de wind die er eigenlijk nog steeds niet echt is.

Stempelen en door, anders worden we wel koud. Richting Workum krijgen we een stukje tegenwind en ik merk dat die toch ietsje aangetrokken is. Het is niet veel, maar er staat wel een vlaagje nu. In Workum mis ik mijn tante F… erg jammer, want meestal babbelen we daar even mee.

Het laatste stukje naar Bolsward. We besluiten vooral nog lekker te gaan fietsen, niet meer te gek. In een groepje met wat mannen hebben we weer gezellige gesprekken en zo zijn we snel in Bolsward.

Dan het bruggetje, de laatste bocht naar rechts en daar is ie; de finish. In stijl ga ik erover heen; jasje rechttrekken (zoals de profs dat ook doen) en de armen in de lucht; “yeah!”. Het levert een hoop gejuich van het publiek op. Kijk, dat is binnenkomen, zo hoort dat.

De familie staat aan de kant met bossen bloemen voor iedereen. We voelen ons nog best goed en halen onze medaille op. Dan met het hele gezelschap naar de kroeg. Onder het genot van een oer-Hollandse biertje en bitterballen komen de verhalen… en kan het grote nagenieten beginnen. Over spierpijn maken we ons niet druk, dat is zorg voor later.

Deze klassieker heb ik weer gedaan; voor de zestiende keer en nog altijd met plezier. Op naar de volgende uitdaging!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *