Zeikende regen. Een heldere flits en een onweersklap en het ritueel herhaalt zich.

Regen. Met bakken komt het uit de hemel. Het is vrijdagavond en ik zit in de auto en ben op weg naar Kootstertille. De regen klatert op het dak en de ramen, de ruitenwissers moeten hard werken om ervoor te zorgen dat ik goed zicht hou. Automatisch doen ze hun werk. Gelukkig is het nog niet donker en zijn de lijnen op de weg tussen Drachten en Harkema helder genoeg. Ook met 80 km/uur kan ik goed de baan houden.

Vlak na Harkema ga ik van de doorgaande weg af en draai ik de Tillewei op, op weg naar de brug over het Van Starkenborghkanaal. Het doel ik deze brug te verkennen voor de training van de dag erna, maar ik heb geen zin om de auto uit te gaan. Me vrijwillig voor een verkenning volledig nat laten regenen; liever niet. Dus ik rij met een slakkengangetje over de brug heen en hou het asfalt goed in de gaten. Het ziet er goed genoeg uit; hier kunnen we wel trainen.

Tijd om terug te rijden. Ik keer aan het eind van de brug de auto en meet de lengte van de klim; 500 meter. Dat is een mooie afstand om te knallen.

Trainingsschema’s schieten door mijn hoofd. Beginnen met het kleine / middenblad voor of gelijk de grote plaat? En op welk blad begin ik achter? Op één versnelling achter, of opbouwen? Hoe lang? 20 minuten? Of toch 30? Maar als ik een tweede oefening wil doen, hoeveel tijd hou ik over om dan bij Marum te komen voor de fotosessie met sponsort Hiemstra Fietsen?

Het bord langs de weg geeft het inmiddels aan; Marum, rechts af. Dit is geen leuke route om te doen met de fiets, maar met de auto wel zo handig. Zaterdag dus een afslag eerder richting Marum. De afstand gemeten vanaf de trainingsplek naar Marum betekent ongeveer 3/4 uur fietsen… of sneller?

Ik draai de snelweg op terug richting huis. De voorbereiding voor de training is af; de fietsroute en de training zitten in mijn hoofd. Nu het weer nog….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *