Zaterdagmorgen 9.00 uur. Geen wind, Echt vrijwel geen wind, in de bomen zit – in tegenstelling tot de maandag ervoor – absoluut geen beweging. De wegen zijn nat, maar ook grote delen zijn droog. Het regent niet en de voorspelling is dat het ook nog even droog gaat blijven. Het is perfect weer om een rondje op de racefiets te gaan maken. Wielrenkleding aan, boterhammen eten, racefiets klaarmaken – wel even de asssaver erop – en gaan.

Met zijn tweeën zijn we en we fietsen richting het westen. Want hoewel er officieel geen wind is, voelen we wel degelijk enige weerstand terwijl we richting De Veenhoop fietsen. Met een tempo van gemiddeld 26 km/uur peddelen we op het gemakje door.

We hebben van te voren geen route uitgezet, we laten ons leiden door hoe het weer is en hoe we ons voelen.  En door de 4.000 km die mijn fietsgenoot die dit jaar wil halen. Hij moet daarvoor in ieder geval 50 km doen deze rit.

Hele verhalen hebben we tijdens het fietsen. Serieus. Ouwehoeren. Over koeien, over het werk en over wielrennen. Alles kan. We genieten. Het is heerlijk om op de racefiets te zitten met dit weer. Om een lange afstand te kunnen doen en de tijd te hebben om ondertussen anders contact met elkaar te hebben dan de korte gesprekken op de spinningfiets of via de digitale weg.

Na de tocht kijken we naar de fiets en trekken de conclusie dat die toch wel erg vies is geworden. Gelukkig is de poetsbeurt een heel stuk eenvoudiger dan die van een smerige ATB. We nemen dan ook het besluit dat de racefiets nog niet in het vet gaat…. zolang het weer het toelaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *