fietserd

(af)tellen tot het eind

Eén, twee, één, twee.

Ik draai mee in het ritme van de muziek, maar mijn benen draaien niet van harte. De pedalen van de spinningfiets gaan voor de derde keer deze week rond. Weer spinning, wéér binnen trainen. Het is dat ik de derde training in de week nodig heb, de groep op woensdag zo gezellig is en de ‘derde helft’ ook de moeite waard is, anders had ik gister de spinning overgeslagen.

Als ik de tijd en de mogelijkheid had gehad, dan had ik in de afgelopen dagen ’s ochtends wel een keer op de racefiets gezeten. Heerlijk buiten. De wind door je helm en op je gezicht. De bovenbenen kwellen tegen de wind in. Genieten met de wind mee. Alle hersenspinsels rustig de tijd kunnen geven. Frustraties en zorgen relativeren.

Twee seizoenen geleden nam ik iedere dinsdagmorgen verlof, zodat ik op de racefiets weg kon. Met onder andere als gevolg dat ik dat jaar in bloedvorm was. Superfit, supersterk. Graag zou ik ook dit seizoen weer een ochtend in de week vrij hebben om te kunnen fietsen. Totdat het zomertijd is geworden lukt ’s avonds fietsen nog niet, omdat het te donker is.

Door de drukte op het werk lukt het me niet vrij te nemen. Helaas, maar waar. Dus zit ik op de spinningfiets. De ogen gesloten, meetrappend met het ritme van de muziek, de weerstand opdrijvend om mezelf uit te putten.

Eén, twee, één, twee, één, twee, één, twee, één, twee, één, twee….

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.