fietserd

’t Kost wat…

“Gaan!’

“Gaan, volle bak”

“Ja!”

Eén voor één stuur ik de renners naar voren voor een sprint met tegenwind. Ze moeten naar de vooruit gestuurde renner sprinten en dan herstellen. Het doel is om dat tijdens de rit twee tot drie keer te doen. Ik kijk toe hoe ze het doen, terwijl ik de laatste wegstuur.

Ik zag het al eerder en zie het nu; er blijft een renner hangen. Hij komt met de tegenwind niet verder… de sprint lukt ‘m niet. Die’s kapot. Officieel begint nu mijn sprint, maar in plaats van de laatste renner te laten spartelen fiets ik naar de achterblijver toe.

Ver voor me zie ik de groep weer samenkomen en weer uiteenvallen. Wat gebeurt daar? Ik kan me er nu niet druk om maken, we moeten zien dat we terug komen bij de groep, ik commandeer de achterblijver dat ie in het wiel moet blijven. Hij heeft er moeite mee, maar hij moet. Als ie het niet doet, komen we nooit terug.

Van de voorste gelederen houdt een renner in die bij ons komt fietsen. Daarna komt een renner terug fietsen. Ik vraag hem de vooruitgesnelde renner in te laten houden. Mijn volger heeft zelfs in mijn wiel moeite met de snelheid die we rijden. Ik wil terugkomen bij de groep, maar het lukt niet; we rijden even snel…

Dan begint het te regenen en de groep voor ons stopt om de regenjasjes aan te trekken. Dit is het moment dat we terug kunnen komen. Het lukt eindelijk. De regen nemen we op de koop toe, we fietsen door. Een sprint laat ik de groep niet meer doen en ook de route wordt met ongeveer 10 km ingekort. De renners zijn doorweekt en sommigen zijn koud, dan moet je geen gekke dingen meer doen.

Maar alles voor het goede doel; alles voor de Amstel Gold Race over een kleine twee maanden. Daar moet je wat voor over hebben. ’t Kost wat, maar dan heb je ook wat

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.