Mijn handen leunen lichtjes op het stuur van de Koga. Ik zit nog niet heel goed op de fiets, maar het voelt beter dan afgelopen zaterdag. Ik had toen het zadel ongeveer een centimeter te hoog staan en was daardoor helemaal gesloopt na de Princenhoftocht. Ik had voldoende energie aan het begin van de tocht, maar veel energie ging verloren omdat ik het niet optimaal op de pedalen kwijt kon. Na dik 100km met een gemiddelde van ruim 29 km/uur was ik kapot en blij dat ik thuis was.

Vanavond is het anders. Het weer is erg rustig, met een mooie temperatuur en er is bijna geen wind. Ik heb met mezelf afgesproken dat ik vooral op souplesse ga draaien, om te voorkomen dat ik pijntjes ga krijgen zoals afgelopen zaterdag. En daar hou ik me zo veel mogelijk aan. Tenminste de eerste 40 km…

Op weg naar Ureterp rijden er twee jonge kerels voor me. Ik schakel een tandje zwaarder, het tempo gaat omhoog en ik schiet de mannen voorbij. De krachtsinspanning op de benen voelt eigenlijk wel lekker en ik schakel niet meer terug. Draai, draai, draai, mijn benen draaien door.

Ik neem een verkeerde afslag, maar weiger terug te gaan. Bij de Scheiding kom ik nu uit, beetje verder dan gewenst. Dan ga ik het ook optimaal benutten en ik fiets door tot ik bij de kruising met de Folgersterloane ben. Linksaf en weer zet ik druk op de pedalen. Een nieuw PR ga ik niet halen, daarvoor heb ik te veel tegenwind. Als het bijna niet waait heb je namelijk ALTIJD tegenwind. Gemiddeld boven de 30 km/uur moet dit stuk toch kunnen… en dat lukt.

Na een dikke 62 km en twee uur ben ik thuis. Niet kapot, maar ook niet meer fris. De benen hebben er in de laatste 20 km toch nog even van langs gekregen en hebben rust nodig. Gelukkig is daar mijn bank, een wijntje, een hapje en de tv! Heerlijk zo… wanneer mag ik weer?