Een strak blauwe lucht en twee militaire vliegtuigen die landen op het vliegveld van Eindhoven. Ik zie ze op het grote scherm in onze vergaderkamer. Samen met de andere collega’s van de vestiging Oenkerk die vandaag, zitten we om kwart voor 4 voor de tv. Het is stil in de kamer, de beelden maken indruk. De eerste vluchten met de slachtoffers van vlucht MH17 komen aan in Nederland; terug thuis…

Sinds de crash hield ik het nieuws over de vliegramp oppervlakkig in de gaten. Ik wist wel veel, maar het meest omdat ik het van anderen hoorde. Vanochtend zette ik de radio op Q-music. De zender heeft de uitzending de hele dag aangepast. Mensen sturen berichten en vragen mooie liedjes aan. Het medeleven grijpt me aan, zo nu en dan schiet een brok in mijn keel.

Nederland herdenkt massaal de slachtoffers. Het is een prachtig gebaar richting de nabestaanden. Nederland is weer dat geweldige saamhorige land waar ik van hou. Deze ramp overstijgt alle geloven en alle rassen. Dit grijpt ons allemaal aan, hier zijn we vandaag allemaal mee bezig.

Echt bezig met het aantal slachtoffers was ik nog niet echt. Het grote getal kende ik, maar ik had er nog geen gevoel bij. Tot zonet. Thuis zie ik de beelden van de lange stoet rouwauto’s. Een stoet van 40 auto’s die langzaam vanaf de vliegbasis langs rijen mensen rijden. Ineens komt het besef hard binnen; wat zijn dit veel slachtoffers! En dit zijn ‘nog maar’ 40 slachtoffers, van de in totaal 298. Ongelooflijk.

Ongelooflijk, wat is er toch gebeurd?! Wat een vreselijke ramp is dit geweest.