Ik kijk uit het raam vanachter mijn bureau op kantoor. De Rho-vlag wappert dat het een lieve lust is, er staat een stevige westenwind. De zon staat al weer laag en schijnt tussen de bomen door recht in mijn ogen.

Laat ben ik nog aan het werk, logisch omdat ik op dinsdags ook laat begin. Om mij heen is het rustig, de meeste collega’s zijn al naar huis of voor een externe afspraak op pad. De radio staat aan op Waterstad FM; non-stop lekkere muziek van toen en nu.

Ik werk aan een project waarvoor ik mijn aandacht op het scherm moet hebben en houden, maar een beweging buiten leidt me kort af. Twee wielrenners fietsen voor kantoor langs in noordelijke richting. “Als ze naar Dokkum moeten hebben ze geluk, daar blazen ze na Oudkerk zo naar toe met deze wind”, schiet het door me heen. Heel even benijd ik ze omdat zij wèl lekker op de fiets zitten en dan pak ik mijn werk weer op.

Om 6 uur hoor ik voor de zoveelste keer vandaag het weerbericht; de voorspellingen voor aanstaand weekend zijn niet slecht. Helemaal niet slecht zelfs; de berichtgeefster neemt zelfs het woord ‘voorjaar’ in de mond! Ik kan het me niet echt voorstellen na de (natte) sneeuwbuien van eerder vanmiddag, maar het is toch echt zo.

Mooi, dat wordt weer lekker buiten trainen zaterdag en ik heb er nu al zin in. Want de fietsbenen zijn al weer intensiever aan de slag gezet, op het ogenblik ben ik al weer minimaal 3x per week aan het wielrennen of zit ik op de spinningfiets voor een binnentraining. Naast de Milontraining dus en in de zomertijd komt daar de ATB op donderdagavond bij; crossen door de bossen. Een training is het altijd, want ik kan niet echt rustig aan doen. Behalve wanneer ik op zondagmiddag samen met mijn moeder op de racefiets aan het toeren ben. Dan is het één en al genieten.

Fanatiek hè? Ja, dat vind ik eigenlijk ook wel…. en ik kan niet wachten tot het zo ver is!