Op de top van de Posbank

“Het lijkt de Alpe d’Huez wel!” zegt mijn moeder als we bovenop de Posbank bij het restaurant staan. Niet dat ze daar al is geweest en ik vermoed dat ze Alpe d’Huzes bedoelt, maar ik begrijp haar reactie heel goed. “Zo druk heb ik het ook nog nooit gezien” reageer ik terug. “Volgens mij is er een toertocht”, concludeer ik als ik de bordjes op de fietsen zie.

Al eerder had ik het in mijn hoofd; mijn moeder en ik moesten eens samen naar de Posbank om te fietsen. Niet om te trainen, maar om te genieten van de mooie omgeving. Want mooi, dat is het zeker. En zo kwam het dat we een paar weken geleden ineens een datum hadden geprikt waarop we samen naar de Posbank gingen; 10 april.

Zo gezegd, zo gedaan; zondagmorgen rond half 11 waren we bij wegrestaurant Mendel langs de A50 bij Hoenderloo. Niet alleen handig te bereiken, ook een plaats waar vandaan je een mooie aanloop hebt naar de Posbank (circa 20km).

Na de aanloop deed het eerste klimmetje zich voor; van Rozendaal via de Bovenalleen naar de top van de Emmapiramide. Het was voor mijn moeder de eerste keer wat meer serieus klimmen en dalen en ik kon mooi coachen (lees: aanwijzingen geven over versnellingen en houding op de fiets etc).

De tweede klim naar de Beekhuizerweg diende zich aan en die ging al meer vertrouwd. Na een korte pauze bij het restaurant bovenop de Posbank even afdalen (rond de 50 km/uur! 🙂 ) en via de Snippendaalseweg weer omhoog. Voor mijn moeder een leuke oefening, voor mij een verkenning voor komende zaterdag.

Na weer een afdaling besloten we het even wat rustiger aan te doen en langs de IJssel te gaan fietsen. Het waaide niet hard en al vlot kwamen we via Ellecom, door Doesburg, langs Giesbeek op het terras bij Lathum terecht. De zon was inmiddels doorgebroken, dus we zaten heel prima op het terras. In Lathum ligt trouwens weer een stukje Ankersmit-geschiedenis; mijn vader is er geboren.

Na wat eten en drinken langs de IJssel verder naar Rheden. “Nog een keer over de Posbank?”. “Ja hoor, prima”, was het antwoord. De Schietbergerweg werd bedwongen, een weg met een stukje stijgingspercentage dat ruim boven de 10% schiet (vandaar de naam Schietbergerweg?!). Vlak voor de top klonk het naast me; “Hé, zijn we er al!”. Ja we weer op de top van de Posbank.

Even uitblazen en weer verder; voornamelijk afdalen nu. Op 79km vanaf het begin stonden we even stil. Wat gaan we doen? Zo snel mogelijk naar de auto? Nee joh, we voelden ons nog goed genoeg voor een extra lusje.

Langs het Apeldoorns Kanaal (bleek later) fietsten we naar het noordwesten en kwamen zo in het hele grote Oosterhuizen terecht. Ja, ik had er ook nog nooit van gehoord en ik heb toch twee maanden bij de gemeente Apeldoorn gewerkt. Mijn gebrek. Wel wist ik hierna met hulp van mijn Garmin de weg naar de auto terug te vinden. De benen werden vermoeid en het was er tijd voor.

Op enkele honderden meters voor restaurant Mendel stond mijn teller op 99,3 km. Zou het gaan lukken?! 99,4… 99,6… 99,8… en ja hoor, vlak voor ik het parkeerterrein van het restaurant op draaide; 100!!! Mijn eerste 100km (en tot nu toe langste rit) van het seizoen heb ik gehaald. En we hadden genoten, wat was het een prachtige dag.

Oh en mijn moeder? Dat is wel een klimmertje; het enige wat ze nog even moet hebben zijn wat grotere tandbladen achter en dan komt ze de Alpe d’Huez wel op! 🙂