Het was er echt tijd voor; het echte klimwerk. Tenminste… voor Nederlandse begrippen. En omdat half wielrenminnend Nederland in Zuid-Limburg bij de Amstel Gold Race de nodige bulten bedwong, vertrok ik met mijn team naar de rustige Posbank. Of rustig? Ik heb meerdere renners horen zeggen dat ze nog nooit zo veel wielrenners op één dag hadden gezien, dus rustig is ook maar een relatief begrip.

Het doel van de training was tweeledig; de renners konden even voelen wat klimmen was en voor mij was het een indicatie van het type berggeit dat iedere renner is. En dan bedoel ik berggeit dus niet persé als een vrouwelijke berggeit, maar als een diersoort.

Als ware ik een herder stuurde ik de geitjes eerst van de Posbank af, om ze er vervolgens vanaf Velp via de beklinkerde Kluizenaarsweg weer op te jagen. Een enkele renner vroeg zich boven al af waarom het zo lang had geduurd sinds de vorige gratis massage.

Via de oostzijde van de Emmapyramide daalde de kudde vlot af. Te vlot voor één berggeit. Hij was het bokje toen hij aan het eind in de bocht hard onderuit ging. Geen zwaar lichamelijk letsel en dus door.

De eerste serieuze beklimming (training) diende zich aan: de Zijpenberg via de Beekhuizenseweg. Wanneer het woord ‘berg’ genoemd wordt is het net of de berggeiten en het bokje een wortel voor de neus krijgen. Alsof ze nooit anders hadden gedaan, schoten ze de Beekhuizenseweg op en weer af. Helaas… tijdens de tweede beklimming schoot de achterderailleur van de fiets van één van de berggeiten weg. Ook hij was het bokje en kon niet door. Heel jammer en dit bokje werd terug gebracht naar de auto’s (die gelukkig niet heel ver weg waren).

Na een half uur Beekhuizenseweg, met een vriendelijk stijgingspercentage, werd het tijd voor de Emmapyramide-Oost. Let op, dat -Oost is een belangrijke toevoeging, want die heeft een wat onvriendelijker stijgingspercentage dan de westzijde van de piramide en een paar haarspeldbochten. En een pyramide moet je beklimmen, dat is de natuurlijke drang van een berggeit en -bokje, dus ging de kudde weer los voor een half uur afzien.

Van fietsen worden berggeiten en het bokje hongerig, dus tijd voor een pauze bij de auto’s. De kudde klonterde samen en zocht de luwte op van de auto’s.

Tijd voor de volgende klim; de voet van de Snippendaalseweg (ook wel Zijpenberg-Zuid) werd opgezocht. Een lange klim met verschillende stijgingspercentages. Een klim die de Grand Colombier al aardig begint na te bootsen, maar dan in Nederlandse verhoudingen. Na een half uur op deze klim waren de pootjes van de berggeiten en het bokje volgelopen.

Nog één keer stuurde ik de kudde de Snippendaalseweg af en besloot ik ze bij de Schietbergerweg de Posbank op te sturen. Niet voor een training, maar om naar de auto’s te gaan. Deze klim gaf het venijn nog even in de staart, de steilste klim van de dag zat in de laatste 300 meter van de beklimming van de Posbank. De training gaf honger en dorst en het paviljoen op de Posbank had een goede klant aan ons.

De conclusie? Ik heb berggeiten in de ploeg! Of ze nu het bokje waren of niet…

 

Oh ja; een sfeer krijgen van onze training? KLIK HIER