Weet je nog? Vroeger? Bij de eerste de beste echt lekkere lentedag? De schooltijd was voorbij en het huiswerk dat je had, had je al af. Je had je huiswerk zo snel mogelijk afgemaakt en had geen twijfel of je het wel goed had gemaakt. Dat was niet interessant, want je wilde naar buiten om samen met je vriendjes te spelen.

De deurknop had je al in de hand, maar toen kwam het ineens naar boven. Dé vraag die je bijna vergeten was te stellen. Het was te veel moeite om naar je moeder te lopen die in de woonkamer was, dus gilde je vanaf de achterdeur: “Mem, mei ik mei-sûnder jas nei bûten?!” (NL: Mam, mag ik met-zonder jas naar buiten?). En nog voordat je een antwoord had gehoord, vloog je soms met, maar vaker zonder jas naar buiten.

Ook al ben ik nu volwassen, op zaterdagochtend voelde ik deze ouderwetse kriebels opkomen. Ik had er zin in; in deze training. Het weer was prachtig, veel zon, weinig wind en een temperatuur die om half 10 ’s ochtends al rond de 20 graden Celsius dwarrelde. De training niet licht, maar ik had de renners hierover ingelicht en voorbereid.

Tijdens de training bij Marum drukten de renners de voeten hard op de pedalen. Het moest ook; alle inspanningen moesten op het grote blad voor. Ook de rust was maar relatief; de druk moest op de benen blijven. Het afzien zag ik, veel afzien. Het zweet drupte van de gezichten. Bidons raakten snel leeg en om de extra warmte af te voeren gingen veel ritsjes van de wielrenshirts (een eindje) open.

Van de shirts, ja. Want ze mochten van mij met-zonder jas buiten spelen.