Friesland is plat. Zo plat als een pannekoek. Of als een Euro. Of een strak gelegd biljartlaken. Nou ja, je snapt de bedoeling. Oké, we hebben ons reliëf natuurlijk, want de laatste ijstijd heeft zijn stuipjes gehad waardoor onder andere Gaasterland ontstaan is, met daarin het Mirnser Klif, Oudemirdumer Klif en Reaklif als hoogtes. En ook in Zuidoost Friesland loopt het landschap niet 100% vlak. Maar rond Dokkum…. plat.

Als je dan als wielrenteam aan het trainen bent voor een berg en je traint (in principe) altijd vanuit Dokkum, dan is het hard zoeken naar wat hellingen. Die liggen niet voor het oprapen. Het landschap ten noorden van Dokkum stikt wel van de terpen, maar die ben je met gemiddeld 10 trappen op je pedalen ook wel op. Hogebeintum uitgezonderd, daar doe je 5 trappen langer over.

De terpen, dat is voor de wielrenner geen echt klimwerk. Dan was de Posbank vorige week heel wat serieuzer klimwerk, maar daar kun je als Fries wielrenploegje niet ieder weekend heen scheuren voor een training. Dat neemt wat veel tijd, geld en maakt dat je veel geneugten en pracht van het noordoost-Friese land mist. Want mooi, dat kan het zeker zijn.

Afgelopen zaterdag was het even zoeken naar een bult om nog een bloktraining op te kunnen afwerken. De zoektocht leidde ons langs de Stroobosser trekvaart in oostelijke richting naar de grensregio tussen Friesland en Groningen; naar de Col du Buitenpost. Een viaduct vlakbij het buurtschap De Lèste Stùver.

Col du Buitenpost

De training op deze col was pittig. De eerste oefening op de noordelijke zijde met een verzet dat achter steeds zwaarder werd gezet. De tweede oefening (zuidzijde) met een verzet dat op tweederde voor naar het grote blad werd gedrukt (als het lukte), waarna het laatste stukje klim staand werd afgewerkt. De slotoefening een combinatie van de twee, waarbij beide zijden van de Col werden gebruikt.

Met ongeveer 300 hoogtemeters op de teller en een ruim uur training op de klok, deden de renners het laatste stuivertje in de pot. De meeste benen waren leeg en/of verzuurd, de energiereserves opgebrand. Vanaf het hoogtepunt van de training nog een laatste blik richting de grens met het Groningse land en dan langs de trekvaart terug naar Dokkum, de parel van het noordoost-Friese land. Terug naar de vlakte.