Steeds harder is het gekraak wanneer ik in deze rit voor de zoveelste keer deze rit schakel. De derailleur achter begint steeds harder te protesteren wanneer ik de handle indruk en ‘m dwing een tandje lichter of zwaarder te schakelen.

Niet zo raar eigenlijk, dat gekraak, de derailleurs hebben er al flink van langs gekregen in de afgelopen dagen. Want anders dan in Friesland en Frankrijk, ben je in de Duitse Eifel continu aan het schakelen. De klimmetjes en afdalingen volgen elkaar vlot op en in hetzelfde tempo verschuift de ketting voor van het kleine naar het grote blad en achter van het grote naar het grotere blad. Zo kunnen we meetrappen in de afdalingen en de – zo nu en dan wel erg stevige – klimpercentages goed aan.

Mooie landschappen en bijzondere bouwsels komen aan onze ogen voorbij in de Vulkaneifel. We zien Maren, oftewel met water gevulde vulkaankraters. We zien ruïnes van oude middeleeuwse burchten, soms op een heuvel en soms (heel onverwacht) in een kloof. In de regio zijn ook resten van Romeinse villa’s terug te vinden. En onderdelen van oude spoorlijnen waarop nu fietspaden zijn aangelegd. Je moet gewoon je ogen open houden, niet te hard door het gebied heen racen op je fiets en zo nu en dan eens stoppen, dan zie je heel veel.

Vier nachten overnachten we in Feriendorf Felsenhof, een (ANWB-lid) huisjes- en kampeerterrein bij het dorp Gerolstein. Een prima uitvalsbasis voor fietstochten door de Vulkaneifel. En dat hebben we gedaan, mijn moeder en ik. Vier fietstochten van in totaal ruim 250 km en ruim 3.800 hoogtemeters. De klimpercentages variërend tussen de 0,1% en 21%. De snelheden variërend van 6 km/uur tot 60 km/uur. Een heerlijke midweek dus, in een gebied waar ik zeker weer een keer naar toe ga!