Een glanzende kale kop en gekleurde benen. Languit ligt hij in de vensterbank naast de voordeur. Hij is klaar voor de volgende klus; de waterpomptang van Jelte. De waterpomptang; een onmisbaar stuk gereedschap voor wielrenners. Dat is afgelopen weekend wel weer bewezen.

Nog nooit was ik zo vroeg in het jaar voor een trainingsweekend in de heuvels. Het is bij Cyclesport Groningen (CSG) een traditie en dit jaar wil ik – naast al mijn andere fietsbezigheden – ook meer met dit team gaan fietsen. Dus had ik me enthousiast opgegeven voor het trainingsweekend. Vorige week kwamen toch een beetje nerveuze kriebels, want het was nog wel vroeg en zo verschrikkelijk veel kilometers had ik dit jaar nog niet gedraaid op de racefiets (nog geen 700km).

Maar goed, vrijdagochtend om kwart over 9 ’s ochtends stond ik bij Kaap Hoorn in Groningen. Eén voor één kwam de rest van de carpoolgenoten aanzetten en ook de ‘koersbak’ arriveerde. De koersbak; een oude Toyota Avensis station met zo een enorm fietsenrek op het dak. Voor alle vijf de inzittenden, fietsen en bagage biedt de koersbak voldoende ruimte. En daar kwam bij het opladen van de fietsen direct de waterpomptang al uit de tas. Wat bleek; het was blijkbaar al weer een poosje geleden dat het fietsenrek in het midden gebruikt was en de roest had de schroeven wat vaster gezet dan handig. Enfin; de waterpomptang bood uitsluitsel!

De casa van de CSG-femina

Na een goede rit gearriveerd in Landal Hoog Vaals en direct op de fiets voor een ronde van een kleine 80 km. Onder het mom van ‘we zien wel hoe het gaat’ reed ik achter de ploeggenoten aan in mijn nieuwe CSG tenue (zit prima trouwens!). Al snel bleek ik bij de minder snellen (ofwel: ik was één van de langzaamsten) te horen, vooral in de klim. Geen probleem; ik kom er wel. Droog weer, lichte regen, natte wegen, remblokken die op waren, zure benen en op het eind een (lichte) hongerklop, maar na een goede 78 km kwam ik weer veilig en wel bij ons huisje op Hoog Vaals aan. De gemiddelde snelheid in tijden niet zo hoog gehad in de heuvels; ruim 23 km/uur gemiddeld. En dus ook een hele reeks aan nieuwe persoonlijke records.

De top van de Vaalserberg in zicht

Voor de zaterdag kon je kiezen uit een route van 120 of 145 km. Ik koos voor de 120 en hield in mijn hoofd al rekening met een eventuele inkorting, zodat ik de zondag ook nog met enig fatsoen kon fietsen. Eerlijk is eerlijk, tegen de afstand van 120 km keek ik echt op en ik vond het dan ook geen ramp om vanaf Eupen (België) inderdaad in te korten. Als extra op het eind, vlak voor de finish, toch nog even de Vaalserberg ook gepakt. Terug bij het huisje hadden we 60 km gedaan, maar waren we nog niet moe. Dus hebben we het beoogde ‘koersrondje’ voor de zondag gefietst. Al kwebbelend de heuvels beklimmen om vervolgens met de nodige snelheid weer af te dalen. Na iets meer dan een uur was ook het koersrondje klaar; 83 km op de teller met een gemiddelde van bijna 21 km/uur.

Voorbereidingen

Tegen alle weersvoorspellingen in was het zondag droog. De temperatuur was bovendien prima, een graadje of 10 bij de start, dus fietsen! De bandjes vol lucht blazen en….. Wat?! Het ventiel losgedraaid?! Kan dat dan? Ja, schijnbaar wel dus. Gelukkig biedt ook hier de waterpomptang uitkomst bij het oplossen van dit euvel. Te weinig animo voor een koers over drie ronden van 23km, maar wel veel animo voor een koffierondje door het Limburgse Heuvelland. Een prachtige route, lekker fietsweer, een leuk fietsgezelschap en mijn benen inderdaad behoorlijk goed hersteld van de twee fietsdagen ervoor. Slechts

Bijna op de top!

twee keer wachten op een lekke band en een vastgelopen ketting, maar voor de rest verliep de rit zonder panne. Het doel van het koffierondje was een bak koffie met vlaai te halen bij ’t Hijgend Hert in het Vijlnerbos. Daar aangekomen hadden we wel dorst en trek, maar het was zó druk dat we maar doorgefietst zijn naar het huisje om daar lekker te gaan lunchen, te douchen en weer in te pakken. Weer een rit van ruim 70 km met bijna 24 km/uur gemiddeld.  De benen nu echt wel moe.

Bij thuiskomst ligt hij met zijn glanzende kale kop en gekleurde benen nog languit in de vensterbank naast de voordeur; de waterpomptang van Jelte. Het werk is gedaan, tijd om naar huis te gaan!