Is het echt al weer twee weken geleden dat ik terugkwam uit Italië? Even tellen… ja hoor. Sterker nog; twee weken en een dag. Het was maandag 11 juni toen ik – achterin een erg luxe wagen zittend – over de Duitse autobahn zoevend terugreed naar huis, naar Nederland. Op dat moment moe, maar voldaan, van een paar leuke dagen met het wielrenteam van Grinta.

Het doel was om samen met de andere renners onder andere de Ofenpass en de machtige Stelvio te gaan bedwingen. Maar de schouder gooide roet in het eten, dus fietsend de bergen in werd het niet meer. Ik twijfelde dan ook of ik überhaupt wel mee zou gaan naar het land van pasta, ijs en goede koffie, mijn crash was immers net iets meer dan een week voor de vertrekdag en ik wist niet of ik het zonder fietsen wel leuk zou gaan vinden.

Mijn dokter bracht vlak voor mijn vertrek het verlossende woord; je kunt écht wel op reis; je sleutelbeen gaat heel waarschijnlijk goed aan elkaar groeien. Mijn ouders hebben me op het hart gedrukt wel te gaan, zodat ik ‘er nog even uit was’. Ik kon de renners immers prima begeleiden?

Dokter en ouders kregen gelijk; qua pijn kon ik het aan en de reis bleek al snel een verstandig besluit. De eerste dag als begeleiding was nog wat onwennig en ik baalde dat ik de afdaling van de Ofenpass niet zelf kon fietsen. De tweede dag kwam ik als begeleiding – richting Stelvio-top – lekker in mijn rol. En toen ik op de top stond te blauwbekken (3 gr. C.!) om foto’s van onze arriverende renners te nemen, was ik heel blij dat ik die dag die zware klim niet zelf hoefde te bedwingen.

Op de derde dag was mijn rol als begeleiding optimaal. Twee van de renners hadden besloten de Stelvio al rennend (= dus hardlopend!!!) te gaan beklimmen. En dan ben je oprecht druk met én foto’s maken én bidons en gelletjes aanreiken én oude spullen aan te nemen/op te rapen. Ondertussen hield ik de anderen van onze groep via de speciale appgroep op de hoogte van de vorderingen en bleef ik op de hoogte van hun avonturen op de fiets. De beide renners (in de dubbele zin van het woord dus) haalden de top in iets meer dan 3 uur, een gemiddelde snelheid van 7,5 km/uur. Er zijn fietsers die dat niet redden!

Op de vierde dag reden de renners een prachtige route door mooi fietsweer. De Umbrailpas werd onder meer bedwongen en een bezoekje aan een terras en het tax-free plaatsje Livigno hoorde ook bij de route van de dag. De begeleiding liep als een trein en er was inmiddels een perfect functionerend team ontstaan. Hongerige renners gevoed, dorstige renners voorzien van een bidon en verloren renners gevonden. De prachtige dag werd afgesloten met een biertje/wijntje/andersoortig drankje bij het hotel en een heerlijk 6-gangen diner; een gang extra ten opzichte van de dagen ervoor.

En toen was het weer tijd voor de terugreis, jammer maar helaas. Volgend jaar ben ik er weer bij…. als de gezondheid het toelaat dan liefst ook op de fiets!