Het regende… en het regende en toen werd het even droog. Precies op dat droge moment stapten wij op de fiets en gingen richting Embrun. De eerste pech; een voorband moest verwisseld worden. Tijdens deze korte pauze scheen zowaar de zon!

Maar alle schijn bedriegt. Des te dichter we bij de start van de ‘echte’ beklimming van de Izoard kwamen, de te natter werd het weer. Het regende, het regende en het bleef regenen. Niet te lang wacht voor de start van de klim, ik werd echt koud! Snel werden de nodige spullen ingeleverd bij de begeleiding; we gingen van start.

De eerste kilometers deed ik op het middelste blad van mijn triple, ook achter had ik ‘m nog niet op het grootste (en dus lichtste) blad. Het ging goed, de snelheid wisselde tussen de 10 en 13 kilometer per uur. Maar toen kwamen de (beruchte) alpenweiden, daar werd het echt stijl. Ik schakelde nu toch maar naar de triple (kleinste wiel voor) en hield ‘m achter op het twee-na-grootste blad.

Langzaam maar zeker ging ik verder, het bos in en daar op weg naar de bidonwissel. Maar ik had bijna niks gedronken en had daarom niet veel behoefte aan nieuwe bidons. De aanmoedigingen van beiden dames waren daarentegen wel verschrikkelijk welkom; ik kreeg er weer moed van.

Gestaag klom ik verder. De benen werden pijnlijk, de regen maakte me koud en ik moest mentaal mezelf echt voorhouden dat ik niet KON afstappen. Want: Opgeven is geen optie!

Na een korte adembenemende (letterlijk!) afdaling begon het laatste stuk van de klim; een kaal maanlandschap. De weg ging met een redelijk stijgingspercentage omhoog en had – om de top te kunnen halen – veel haarspeldbochten. Voordat ik het in de gaten had, had ik de laatste bocht bereikt en ineens was de finish daar. Ik heb het uitgeschreeuwd, zo blij was ik dat ik boven was. En, echt een supergevoel, ik besefte dat ik niet volledig leeggereden was; dat ik dus nog wat over had!

Binnengehaald door een grote meute werd ik niet; een videocameravrouw die de tijd noteerde en een fotocameraman die de renners opving. De heren die voor mij waren binnengekomen, waren zich aan het omkleden, of zaten te vernikkelen in de bus. Het waaide, het regende en in de doorweekte kleding was het daarom snijdend koud op de top (de echte temperatuur was ongeveer 5 graden Celsius). Zelf kreeg ik net op tijd mijn droge kleding aan, maar ik begon ook snel te trillen.
Klappertandend kroop ik tegen een mederenner aan die al in één van de begeleidende auto’s zat. Langzaamaan werd ik weer warmer.

Iedereen was (ruim) binnen de twee uren binnen. De regen hield op en de afdaling kon beginnen. Een paar renners zaten behoorlijk dicht tegen onderkoeling aan en konden daardoor niet meer afdalen; het was voor hun te gevaarlijk. Zij en hun materiaal gingen met de begeleiden auto’s naar beneden.

Het speciale van een afdaling is dat je heel goed ziet wat je allemaal geklommen hebt. Vanwege de natte omstandigheden was de afdaling behoorlijk link en hij duurde dan ook best lang. De trainer liet ons wat begaan en ik kon daarom alsnog een maximumsnelheid van boven de 60 km/uur halen.

Na de afdaling, veel regen en nog een paar kuitenbijtende klimmetjes kwamen we bij de camping terug. Tijdens het (extreem late; 9.45 uur) diner werden de tijden bekend gemaakt, ik was 1:23 uur aan de slag geweest. Ik was heel tevreden, want één ding weet ik heel zeker: de Col d’Izoard, die’s zwaar!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *