Het is zaterdagmorgen grijs weer als we vertrekken vanaf Palestra in Dokkum. Wel droog, maar het spant erom; al eerder is de miezerregen uit de lucht gevallen. Maar nee, miezerregen is voor mij geen reden om een buitentraining af te blazen, dus ook deze morgen niet…

De renners hebben een training voor de boeg op voor hen weer een nieuw circuit; een ‘rondje’ van ruim 4 kilometer ten noordoosten van Aldtsjerk. Heel eigenwijs heet dit dan ook ‘trainingscircuit Aldtsjerk 4km’ op Strava, zoek maar eens op.

Het doel van de dag is een bloktraining, die wordt uitgevoerd in intervallen met tempoversnellingen. Of in dit geval jezelf 50% van de tijd kapot fietsen en de andere 50% herstellen. Ongeveer dan, want de echte oefeningen zijn een beetje genuanceerder dan dat.

Wat voor mij als trainer mooi is om te zien is dat de renners steeds meer wennen aan een langere zwaardere inspanning. De hardheid zit er en wordt steeds groter. Niet alleen het infietsen en uitfietsen van 10km of meer gaat zonder morren, ook de inspanning tijdens de kernoefeningen kan steeds zwaarder. Sterker nog; nadat we afgelopen zaterdag twee keer ruim een half uur een kernoefening hadden gedaan en ik de groep kort stopzette voor de derde oefening, waren ze verbaasd dat deze op de weg terug naar Dokkum ging plaatsvinden. Ze wilden het trainingscircuit schijnbaar nog niet achterlaten, helemaal gewend aan dit rondje en helemaal klaar om nog een keer een poos te knallen.

De kracht van de renners wordt groter, niet alleen in de benen, het hart en de longen, maar vooral ook in het hoofd. En dat moet ook, want dat is op de berg de grootste uitdaging; het rustig houden van het mentale geweld in je hoofd. Het beklimmen van een berg is namelijk vooral een kwestie van volhouden en doorzetten; fysiek en mentaal.