Ik had ze gewaarschuwd, het zou geen lichte training worden. Een (extensieve) intervaltraining in het kale veld bij Sybrandahûs en Raard stond de renners te wachten. Hoewel de naam anders doet vermoeden is een extensieve intervaltraining best intensief. Je hart, longen, benen en ook de wilskracht worden danig op de proef gesteld bij een dergelijke training.

De weergoden besloten afgelopen zaterdag de moeilijkheidsgraad van de training nog wat te verhogen door de wind aan te laten trekken van een 4 Bft bij de start, naar een 5 (of misschien zelfs 6) Bft in de loop van de training. Met de neus in de wind op, is het dan een stevige bries waar je echt even hard voor moet werken om er tegenin te komen. Maar goed dat hard werken precies de bedoeling van de training was!

Inspanning en herstel wisselen zich op het circuit bij Sybrandahûs snel af. De renners moeten volle bak tegen de wind in beuken, herstellen en dan zo snel mogelijk het stuk met de wind in de rug afleggen. Vervolgens een oefening waarbij de versnelling steeds zwaarder wordt en de renners dus steeds sneller gaan fietsen. Als het goed is, want de vermoeidheid sluipt langzaam maar zeker in de benen en na een kleine drie kwartier hangt bij de meeste renners ook de tong op het stuur.

Tijd om wat anders te gaan doen, het uur is immers nog niet voorbij en we hebben vandaag alle tijd.

Het vervolg van de training wordt afgelegd aan de andere zijde van de Dokkumer Ee, op een circuit bij Raard. Ook hier is het weer zaak om jezelf zo moe mogelijk te maken door niet alleen met de wind mee, maar ook tegen de wind in zo vol mogelijk te gaan. Stiekem is dit meer een tempoduurtraining dan een intervaltraining door het korte herstelmoment, maar dat is voor de training niet slecht. Straks op de berg hebben de renners immers een lange poos te maken met een continue druk op de benen. De beklimming van de Izoard is eigenlijk een soort van extreme vorm van deze oefening.

En als de renners zich dan echt allemaal het snot voor de ogen hebben gefietst, dan is het tijd om op te houden. Natuurlijk niet voordat een laatste stuiptrekking heeft plaatsgevonden, nog een stuk van 1,5 km sprinten in de richting van Dokkum. En terwijl bij mij het snot nu serieus gaat stromen (verkoudheid), is het bij de renners duidelijk weer verdwenen. Ze ruiken de stal en gaan de sprint vol in; terug naar Dokkum, terug naar huis.