To ride or not to ride, that is the question.

Nja, niet voor mij, want ik wist zeker dat ik wel ging fietsen. Veel van mijn teamgenoten in Dokkum hadden andere plannen op zaterdag, zodat ik – voor het eerst sinds februari van dit jaar – een keer op zaterdag geen Dokkumer ploegmaatjes om mij heen had. Om toch met een ploegje weg te kunnen zocht (en vond) ik een alternatief; Grinta. Een deel van mijn oud ploeggenoten zit hierbij, dus ik verwachte wat bekenden en gezelligheid. Bovendien ideaal van dit ploege; ze starten om 9.30 uur bij Profile op de Kaden in Drachten. Voor mij maar 5 minuten fietsen vanaf huis, dus kon ik ‘uitslapen’.

Uiteraard was ik wat te vroeg, en stond ik om kwart over 9 voor de deur van Profile. Er was nog niemand. Oh shit, ik zit natuurlijk niet in de (groeps)app van deze ploeg mensen; gaat het wel door? Toen ik net een appje naar de organisator had gestuurd met de vraag “gaat het fietsen wel door?”, kwam er iemand met een Grinta shirt aanfietsen. Pfieuw, gelukkig; niet voor niks gekomen.

Half 10; we zijn inmiddels met 6 personen en gaan op pad. Gelijk vanaf de start zit de snelheid er lekker in. In het zog draai ik eenvoudig mee met de 30+ km/uur die vrijwel continu op de teller staat. Heel even slaat de angst om mijn hart. De planning is om ong. 90 km te gaan doen, zou ik deze snelheden wel volhouden de hele tijd? Liever ben ik niet degene die ‘tandje’ moet roepen, maar als het écht niet anders kan ga ik het wel doen natuurlijk.

Beetsterzwaag…. lekke band…. Gorredijk, … overstekend konijn (leeft nog!)…, Jubbega….lekke band…. De Knipe, Mildam, Oldeholtpade.… wel of niet dit fietspad pakken? Is schelpen, doen we niet…. windje mee langs De Tjonger en dan Oldeberkoop. De kilometers schieten onder de wielen vandaan en het gaat tot nu toe prima. Dan draaien we meer serieus weer naar het noorden en kom ik tijdens een kopbeurt met de neus in de wind. Snel wisselen, want met deze snelheden verzuur ik net een tikje sneller dan wanneer ik alleen fiets. Het is beter dat ik in het zog blijf fietsen.

Toch kom ik (door een snel gemaakte bocht) vlak voor Ureterp weer op kop. De wind pal tegen, de snelheid nog steeds boven de 30 km/uur. Dat blijkt nét te veel voor mijn benen die nu toch wel snel vollopen na de ruim 80km die al op de tellers staat. In één keer zijn mijn benen op en sta ik geparkeerd. Ik geef graag het kopwerk weer over aan de sterke mannen die meefietsen en achter hen lukt het me om weer een beetje te herstellen.

Bij Drachten waaieren de renners ieder hun eigen kant op; op weg naar een frisse douche en wat eten. Ik babbel nog na met een (voormalig) ploeggenootje van me en ga dan ook naar huis. Met vermoeide benen, want (*poehee*) deze mensen kunnen wel fietsen!

Als ik ’s avonds op mijn telefoon kijk heb ik een appbericht; “Ja het gaat wel door” Dat heb ik geweten! Maar wat was het een fijn tochtje. Het appbericht bewaar ik; alvast voor een volgende keer.